Ontstaan duinlandschap

Het landschap van Nederland is ontstaan in een tijdperk dat het Pleistoceen heet. Dit was ongeveer 2 ½ miljoen jaar geleden. In dit tijdperk komen warme en koude perioden voor, de koude perioden noemt men ook wel de ijstijden.
Delen van Nederland lagen vroeger in de zee, maar toen de ijstijden begonnen daalde de zee spiegel, en kwamen delen van Nederland droog te liggen. In de ondergrond van Nederland zit dus bijna alleen maar zand en grind van de vroegere zee bodem.
Tijdens de laatste ijstijd was het zo koud dat er niks kon groeien, daardoor kreeg de wind vrijspel. Omdat planten met hun wortels zand vast houden, dus als deze er niet zijn kan het weg waaien. Zo werd Nederland overdekt met fijn stuifzand.

Na het Pleistoceen tijdperk kwam het Holoceen tijdperk. Het water steeg +/- 100 meter tot de nu bestaande kuststrook. Doordat er water en zand en klei afzettingen gingen vormen begon de bodem van de zee de ondergrond van laag Nederland te vormen.

De zeespiegel bleef stijgen tot 25 meter, de afzettingen van zand en klei werden zandbanken. Doordat er zandheuvels kwamen die door de wind ontstonden konden delen droog blijven liggen. Daardoor kon daar helmgras op groeien en ontstonden er duinen. De duinplanten (helmgras) worden nog veel gebruikt om opstuiven zand mee bij elkaar te houden, en te zorgen dat het duin op zijn plaats blijft. Want als dat niet blijft kan de zee weer verder het land op spoelen.

Aan het eind van de 18e eeuw begon men in de duinen landbouw te bedrijven. Dit werd geen succes; de grond was arm en de grondwaterstanden wisselden sterk. Bosbouw gaf betere resultaten. Vanaf het begin van de 20e eeuw werden veel dennen in de duinen aangeplant, vooral om het zand vast te houden.
In de 19e eeuw ging men de duinlandschappen op een andere manier gebruiken, grootgrondbezitters (zoals: J.N van Eys en professor D.J van Lennep) gingen het gebruiken voor de akkerbouw. In de duinen kwamen wijden en werden op hogere delen haver en rogge gebruikt.

Er werden vooral duinaardappelen geteeld. Deze aardappelteelt nam in 1875 toe toen de grondwaterstand werd verlaagd door de waterwindkanalen die in de duinen ten zuiden van Zandvoort werden aangelegd. Van Lennep richtte zich met name op de aardappelteelt, hij groeide uit tot grootleverancier van duinaardappelen. Er werden speciale aardappel hoeken aangelegd.
In 1859 werden in de duinen 500 plaatsten beteelt door inwoners van Zandvoort, Haarlem en Bloemendaal. De grond werd gepacht van de duineigenaar Jonkheer W.Ph.Barnaart.
De duinaardappelen waren doordat ze van goede kwaliteit veel gevraagd. Ze werden ook aan het buitenland verkocht. Dat kwam ook doordat in het buitenland een aardappelziekte was. In Ierland was dan ook een grote hongersnood. In Zandvoort kwam deze ziekte niet.
Tegenwoordig is de aardappelteelt verplaatst naar andere gebieden. Er worden veel pogingen gedaan om de Duinaardappel teelt terug te krijgen, omdat de aardappels van goede kwaliteit zijn.

Visserij

Zandvoort zelf is ontstaan omdat vissers er wilden wonen, omdat het dicht bij de zee was, en door dat het strand langer was geworden kon men er vissen. Daarom was de visserij het eerste middel van bestaan. Men is eigenlijk voor dat bestaan op die plek gaan wonen. Toen heette Zandvoort nog Sandevoerde. Door de duinen was het dorp beschut tegen zwaar weer, en was wonen aan de kust mogelijk. Doordat er geen goede verbinding met de rest van Nederland was, leefde Zandvoort een beetje afgesloten.

Het leven in Zandvoort was eenvoudig. De vis bracht niet altijd genoeg op en als de mannen op zee waren werkten de vrouwen op landjes achter de duinen waar onder meer aardappels werden verbouwd. In het vissersleven was men altijd bang dat de mannen en jongens op zee bleven. En niet meer terug kwamen. Het belangrijkste middel van bestaan voor Zandvoort was de visserij. Langs de kust werd rondvis, platvis en garnaal gevangen

In de schelpen visserij ving men Schelpen voor kalk en voor het metselen en pleisterwerk zo kon men wegen aanleggen. De schelpen visserij was zwaar werk om te doen, een man schepte de schelpen van de kust in een wagen die werd getrokken door paarden.

Voor de gewone visserij had men speciale boten die heten de ‘bomschuit’ ook wel een ‘pink’ genoemd. Het zandstrand was de enige plek om aan te landen en te vertrekken, omdat er geen haven was. Daarom maakte men een platte boot die makkelijker kon aanlanden en vertrekken deze boot werd de bomschuit genoemd. Het was een meer platgebodemde boot met één mast en vaak een klein achtermastje zodat hij makkelijk het zand op kon. Hij was tussen de 9 en 14 meter lang en ongeveerd de helft breed. Omdat er geen kiel was had men zijzwaarden het was een heel traag schip. Het was een heel karwei om een bomschuit het strand op te trekken. Een zwemmer haalde een lijn van boord, waarmee een stevige kabel
tussen schip en wal werd gespannen. Met paarden en sterke mannen werd het schip op het strand getrokken, waarbij men palen gebruikte om de bomschuit een stukje te kunnen rollen. In de winter werden de boten hoger het strand op gerold.

In Nederland kende men eigenlijk geen garnaalboot. Er werd op garnaal gevist met reguliere visserschepen als de bomschuit. Een uitzondering was misschien de garnalenschuit van Zandvoort, die specifiek in Zandvoort en Katwijk werd gebruikt. Dat was een kleine, meer eivormige bom met één mast. De garnalen werden het best gevangen zo dicht mogelijk aan de kust. Het liefst binnen 8 kilometer. Met een schepnet genaamd een Kro. Ze werden na vangst gezeefd en gewassen. Alleen de zuivere garnalen gaan aan boord als ze gekookt zijn worden ze in manden gedaan en zijn ze klaar voor de verkoop.

De verkoop van vissen werd gedaan in een leren broek, vrouwen legden het gesorteerd op het strand. En dan volgt de visafslag. De dorpsomroeper komt daarna om de mensen op te roepen om naar de afslag te komen. De afslager wijst met een stok de partij aan die het meeste bied. De afslag is dus een soort veiling. Deze werd altijd op het strand zelf gehouden. Daarna liepen de vrouwen met manden op de schouders door de duinen en langs onverharde wegen tot Amsterdam, Het Gooi en zelfs helemaal naar Amersfoort liepen om de vis te verkopen

De periode aan het einde van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw is een rampzalige tijd voor Zandvoort geweest. De visserij ondervond grote belemmeringen door de oorlog tussen de fransen en Engelsen. In 1795 werd het door de Franse bezetter verboden met visschuiten te varen. Pas een jaar later mocht er weer gevist worden. Wel was het daarna ook nog een groot risico de zee op te gaan, zeemannen werden vermoord en de beste boten ingenomen door de Engelsen.

In de 18de, maar vooral de 19de eeuw veranderde de houding ten aanzien van de zee. De zee werd niet langer als vijand gezien, maar als een plaats waar lichaam en geest tot rust konden komen en genezing vinden. Dus kreeg de zee een andere manier van bestaan dan alleen de visserij.

Klederdracht

Wat er van de Zandvoortse klederdracht van vroeger bekend is gaat maar tot ongeveer 1800. Van de tijd daarvoor heeft men geen informatie meer.

De mannen dracht

De mannendracht bestaat uit lagen, onderkleding in diverse kleuren. De onderbroeken waren meestal met kniebanden en een klepsluitingen vast gemaakt aan de benen. De onderhemden waren vaan een vierkant model.
De dagelijkse bovenkleding was meestal zwart of bruin. Het bovenstuk had meestal ¾ mouwen waar de onderkleding onderuit stak. De onderkleding was rond 1875 meestal rood of blauw. De broek was zwart en niet gezoomd zodat het water als de broek nat werd sneller droog was.

Als hoofddeksel diende voor de mannen de pet van Otteman, dat was een platte pet met een kleine klep erop (1). Ook kwam er voor zeemannen een soort slaap muts(2).

De visserskleding is tot ongeveer 1875 gedragen. Later droeg men een zwart pak, broek met colbert en een blauwe zeemanstrui. Met een rode hals met een vetertje erdoor. Later werden er ook leren broeken gemaakt een hoos (3), die was waterdicht en beschermde de visser voor water en de kou.

De vrouwen kleding

De boven kleding was gemaakt van sitse, dat is een bedrukt katoen dat geglansd werd door er met een steen over te wrijven. De stof kwam uit Brits-Ïndie. Er zijn geen foto´s meer van deze jurk, omdat de jurken verloren zijn gegaan.

De latere bovenkleding, katoenen jasjes (4) met een open hals waarin een inleg doen van katoen werd gedragen. De jasjes waren van binnen gevoerd met linnen of ongebleekt katoen, de voering had aan de voorkant een andere sluiting met een soort ingebouwd lijfje om de borsten vlakker tegen het lijf aan te drukken. Over het jaste werd een doek(5) gebonden die geplooid achter de rug werd vastgebonden. Rond 1850 kwam er een doekje (6) die rond de hals werd geknoopt. Men droeg een zwarte(7) rok die later gekocht werden per pak met jasje erbij. De rok en het jasje worden aan elkaar vast gemaakt waardoor het lijkt dat het een geheel is(8). Er werden ook schorten gedragen(9)

De onderkleding: een open broek die aan de bovenkant eindigt in een band die rond je middel werd vastgeknoopt en nog een touwtje die vast werd gemaakt bij de knie. Later kwam er een andere onderbroek een Frans model. Die rond de benen en het kruis heel ruim was. Er kwamen ook onder rokken vaak gestreept wit/bruin, wit/wart, wit/grijs. De strepen waren van een verschillende breedte.

Later kwamen ook speciale lange badpakken (21) voor vrouwen, om dat je in die tijd nog niet veel bloot mocht laten zien. Vandaar dat mensen ook met badkoetsjes de zee in werden gereden. Zo kon niemand je zien. Je zwom niet echt maar ging alleen het water in en kleedde je daarna meteen weer om in het koetsje.

De hoofddeksels

De rijkere vrouwen droegen kappen(11). Eerst de oorijzers (12) die vanaf achter het hoofd over de oren vielen dan deed men het kanten kapje op hun hoofd en daar deed men gouden versiersels erop. Op het hoofd deed men de voorhoofdsstiften(13). Dit alles werd met de spelden(14) vast gemaakt. Aan de kappen kon men zien hoe rijk de persoon was. Hoe rijker hoe groter de kap was. In de ijzers staan tekens waarin je de jaarletter, het teken van de maker, of het goud of zilver is en waar het gemaakt is in af kan lezen. Bij de kappen horen ook oorbellen(15), en vaak ook een ketting(16), en een broche (17). En zo word dit alles samen een mooi geheel (18)

Later ging men hoedjes ontwerpen voor op de kappen. Deze waren mode gericht en veranderden vaak van vorm en kleur(19). Men plaatste deze op de kap. En bond het om het hoofd. De vissers vrouwen droegen andere hoedjes. Deze waren van riet en gevoerd met stof(20).

De dorpsomroeper

De dorps omroepers werden vroeger in Zandvoort ook wel eens de “klinkers’’ genoemd. Rond 1800 kwamen zij in dienst van de plaatselijke eigenaars van schepen. Bij de zeekant ”de wurf” stonden zij te wachten tot er weer een boot kwam. Als er een vloot richting het strand kwam ging de dorpsomroeper het dorp rond. Hij sloeg dan op de klink, een grote koperen schaal. En vroeg zo de aandacht van de viskopers, meestal vrouwen. Hij riep dan ”aldegeen die vis wil kopen komme naar zee”.

Als men op het strand aangekomen was, hadden de vrouwen het in porties (sneesies) op het strand neer gelegd. De omroeper die in de ze tijd ook stokafslager was, mijnde af met een mijn stok. Hij wees de sneesies aan en als iemand “mijn’’ riep was de sneesie voor hem. De sneesie werd met een rode zakdoek afgedekt en was verkocht. De vislopers gingen dan met manden op de rug te voet naar Bloemendaal, Heemstede en Haarlem om de vis te verkopen.
De dorps omroepers op het strand hadden meestal eerst mee gevaren op de Bomschuit en op latere leeftijd, als visser zijn te zwaar werd, werden zij dorpsomroeper. De laatste omroeper in dienst van de eigenaars van Schepen was Arie Paap tot ca 1935.

Er waren ook dorps omroepers in dienst van de gemeente, deze riepen officiële boodschappen om. De eerste omroeper (tot zover bekend) die deze taak had was Jan Snijer, deze man verdiende heel weinig en had veel andere taken erbij zoals de klok luiden van de kerk, en de lantaarns aansteken enz.
Klaas zwemmer (1935 tot 1965)was een omroeper die de laatste was die het beroepsmatig deed. Hij riep vooral aanbiedingen om, verloren voorwerpen en allerlei andere aankondigingen. Door de moderne communicatie technieken, was een dorpsomroeper niet langer van noodzaak.

Het begrip dorpsomroeper is in Zandvoort altijd gebleven, dankzij folklorevereniging de ”Wurf” die de dorpsomroeper bij haar optredens nog steeds zijn roep laat doen. In 1994 heeft men in Zandvoort Klaas Koper tot dorpsomroeper benoemd. Zijn werk bestaat uit het aankondigen van evenementen, voorstellingen, trouwerijen enz.

Interview met Klaas koper, de dorpsomroeper van Zandvoort.

Waarom is uw pak zwart en rood, en heeft het een betekenis?
Het is het oude pak uit Zandvoort, een zondags visserspak. Het rood onder het jasje vandaan is het ondergoed. Het heeft verder dus geen betekenis, het is gewoon een historisch pak. Vroeger was men gekleed in gewone dagelijkse kleding, later ging men andere kleding dragen dan de dagelijkse kleding. Folklore vereniging de Wurf draagt deze pakken nog steeds.

Is het een beroep of een hobby?
Het was vroeger een beroep, toen er nog geen moderne communicatie technieken waren, rond 1800 en eerder. Er waren twee soorten omroepers, de ene riep om in het dorp als de bomschuit aankwam, zodat men naar het strand kwam om vis te kopen deze was ook de afmijner. De andere riep om in dienst van de gemeente, de eerste was Jan Snijer.

Hoe word je verkozen tot dorpsomroeper?
Meestal gebeurt dit door verkiezingen, maar vaak gaat het ook van vader op zoon, zo is er al een dorpsomroeper die al de 4e generatie is van zijn familie.

Waarom heeft u dit gekozen en hoe lang doet u dit al?
In 1994 werd ik gevraagd door stichting zandkorrels om omroeper te worden van Zandvoort, deze stichting wil de oude dingen in Zandvoort terug brengen. Zij hebben ook de Fontein terug gebracht bij het raadhuis en het blauw gele licht in de Watertoren. Toen ik gevraagd was wilde ik dat wel worden en begon ik 4 juli 1994 met mijn eerste roep. Ik doe veel omroepen bij bruiloften enz. vroeger deed men dit alleen om nieuws om te roepen was dus een noodzaak, maar nu is het meer een toeristen attractie in ons dorp. Ik zelf doe dit nu dus in juli 10 jaar

Mag dit ook door vrouwen worden beoefend?
Ja alleen zijn het meestal mannen die dit doen, in Engeland zijn dit veel vrouwen. In onze vereniging hebben wij geen vrouwen (omroepervereniging)

Doet u ook wedstrijden?
Ja een concours, ik heb het 2 weken geleden gewonnen, in de kamer staat ook een grote prijzenkas. Ik maak mijn toespraken zelf, op dit concours ging mijn tekst over de Marokkaanse jongeren die meisjes betasten op ons strand. En over de wimpel (prijs voor het schoonste strand) waarin Zandvoort in de top 5 stond. Volgend jaar bestaat Zandvoort 700jaar als woonplaats, en ik hoop dan ook om dan 1e te worden, zodat Zandvoort de wimpel krijgt.

We hebben ook de omroep gekregen die Klaas Koper heeft gedaan op het concours. En nog meer informatie voor ons werkstuk.

De oorlog

Rond 1940 kwamen steeds meer Nederlandse soldaten naar Zandvoort om de kust te beschermen tegen eventuele aanvallen vanuit zee en land. In het voorjaar van 1940 werd de burgerwacht ingesteld in verband met de toenemende oorlogsdreiging. De burgerwacht was samengesteld uit aanzienlijke burgers.

De strandpaviljoens stonden al vanaf eind maart op het strand voor badgasten. Er vlogen toen bommenwerper en gevechtsvliegtuigen, veel mensen in het dorp waren bang en nerveus. Via de radio bleek dat het Duitse leger onze oostgrens was gepasseerd oprukte om het land te veroveren. Het was nu oorlog. Veel Zandvoorters waren boos en wilde vrijwillig het leger in. Op 15 mei trok het Duitse leger Zandvoort binnen. De Duitsers bezette de hotels aan de boulevard, ook pensionnen.

De watertoren werd tijdelijk bezet. In het eerste halve jaar van de bezetting mocht nog iedereen naar het strand. Men dacht dat de oorlog niet zo lang zou duren, omdat de Duitsers niets bijzonders deden in Zandvoort behalve een beetje luieren en genieten van de zon. Er kwamen steeds meer maatregelen en het strand werd afgesloten, ook werden er forten en bunkers gebouwd. De Joden mochten niet meer in openbare gelegenheden komen, ze moesten ook een jodenster dragen.

In de nacht van 13 op 14 augustus 1940 werd de joodse synagoge aan de Johan Metzgerstraat opgeblazen, waarschijnlijk door de NSB.
In december 1940 volgde inbeslagname van de in sportzaken aanwezige skischoenen, oorwarmer, warme vesten en truien, bontmantels, paardentuig en jachtgeweren. Ook werden kustvaartuigen, munitie, kabels, sanitair, elektra, leidingen van gas en water, telefoontoestellen ‘gestolen’. Kerken mochten hun diensten niet meer in Zandvoort houden. Het werd steeds erger met de joden, het ging slechter met ze, het ging zelfs zo slecht dat sommige zelfs zelfmoord pleegden

Op 5 september 1940 kregen de meestal joodse, Duitse en Oostenrijkse emigranten bericht dat ze uiterlijk 9 september de kuststrook moesten hebben verlaten. Hierdoor gingen de ogen van de meeste Zandvoorters wel open, het tijdelijk verzet kwam langzaam op gang. De wapens die Zandvoort bezat moesten ingeleverd worden. Het verzet tegen de NSB nam toe, de vlaggen van de NSB werden beschadigd door burgers. Er werden ook geheime bijeenkomsten georganiseerd, met voorstellen tot sabotage.

Zandvoort werd een verdedigingsplaats voor aanvallen vanuit zee.
De verdedigingsgordel lag vooral op het strand en de duinen. Hoge betonnen muren moesten de vijand buiten houden. In de duinwaterwinplaats maakten de bezetters bovendien handig gebruik van de reeds aanwezige kanalen om hun tankverdedigingsgordel te voltooien. De tankgordel vormde een afbakening en was een moeilijk te nemen hindernis. Zulke hindernissen noemde men steunpunten. Deze steunpunten werden ook langs het strand gebouwd. Op de afbeelding hieronder is een overzicht gegeven van de belangrijkste steunpunten en andere verdedigingsmaatregelen.

De winter van 1940- 1941 was erg koud. Er was veel sneeuw en het vroor erg lang met temperaturen onder de nul. Er werden vrij veel artikelen schaars. Dit en de hele oorlog waren jammer want het ging juist net goed met de welvaart, er waren hotels enzovoorts gebouwd, maar door de oorlog was er vrijwel geen welvaart meer.

In het najaar van 1941 werden vanuit Zandvoort 142 joodse gezinnen afgevoerd naar Amsterdam met een speciale trein. Zij werden geplaatst in de jodenbuurt, het zogenaamde “Sperrgebiet”. Nadat ze in Amsterdam waren geweest zijn de Zandvoortse joden via Amersfoort naar het concentratiekamp Westerbork gebracht.

Het was allemaal niet zo best voor Zandvoort en omgeving wat de bezetter daar voor het inrichten van zijn verdediging uithaalde. In mei 1942 werd het strand afgesloten en mocht men het nog slechts betreden met een speciale vergunning.
Duizenden mijnen lagen onder het zand of waren op houten staken door de Duitsers gebonden. Na het afsluiten van het strand werden meer plaatsen in Zandvoort afgesloten. Het grootste van de bevolking werd geëvacueerd en in de duinen begonnen de bouw- werkzaamheden

De boulevardbebouwing werd om militaire redenen met de grond gelijk gemaakt. Bijna 700 woningen en hotels werden vernietigd, een strook vanaf de kust landinwaarts veranderde in een kale vlakte. Voor het bouwen van de bunkers, de loopgraven, draadversperringen, tankwallen en tankmuren gebruikte de Duitsers niet alleen eigen personeel. Hollandse aannemers werden ingeschakeld en toen de oorlog dreigender werd moest ook een deel van de bevolking helpen. Door de kou overleden veel mensen.

Wim Gertenbach drukte nog voor de Tweede Wereld oorlog voor de Sociaal Democratische Arbeiders Partij. Hij gaf ook een weekblad uit met plaatselijk nieuws. Op 5 februari werd hij gefusilleerd. Iets later ontstond dankzij mr. Arend “De kleine Patriot”, dit was een dagblad voor Haarlem en omstreken. De kranten werden steeds per 40 stuks rondgebracht omdat het erg gevaarlijk was om de kranten rond te brengen. Ook werd de burgemeester, in die tijd mr. van Alphen, ontslagen en vervangen door een NSB-er J.W Zigeler.

Met de voedselbonnen (distributiebonnen) had men recht op een klein rantsoen. Dit was niet genoeg voor alle onderduikers. Op den duur werden de rantsoenen steeds minder en elke week werden bonnen aangewezen voor levensmiddelen. Meestal hadden de winkeliers geen aanvoer en waren de bonnen waardeloos.

Op 17 september 1943 kregen de inwoners van Zandvoort bericht dat de watertoren zou worden opgeblazen. Deze toren werd gebouwd in 1912 en werd in 1913 gebruikt, de toren was dus pas 30 jaar oud. Om deze toren stond Zandvoort ook wel bekent. Om 2 uur ’s middags werd de toren opgeblazen. Men is daarna nog een half jaar bezig geweest het beton op te ruimen.

De sloop van de huizen ging gewoon door zelfs nog in juni 1944. Ook worden er op 9 augustus 1944, veel families geëvacueerd. Het gas is afgesloten, er zijn geen kolen en praktisch geen hout dus moet men koken op het ‘noodkacheltje’ waar je met weinig hout of turf toch een maaltijd op kan bereiden.

Op 16 september 1944 is Maastricht door de geallieerden bevrijd. Ook wordt een groot deel van Zuid-Nederland op 24 september bevrijd. Toch wordt Zandvoort op 6 oktober geïsoleerd, want de tram rijdt niet meer en de elektriciteit is afgesloten. Ook werden alle fietsen in beslag genomen. Omdat de slag om Arnhem werd verloren duurde de oorlog nog langer dan de Zandvoorters hadden gedacht. Het geld was niks meer waard, alleen met ruilen kon men in leven blijven. Er wonen nog maar 1200 mensen in Zandvoort op 20 november, later worden het er zelfs nog minder doordat er steeds meer Zandvoorters worden geëvacueerd.

Op 3 maart 1945 is het einde van de bezetting in Nederland dichtbij. Er zijn ook weer aardappelen te koop. Ook werd het voedsel gedropt door vliegtuigen, dit werd toegestaan door de Duitsers. Eindelijk op 4 mei 1945 krijgen de Zandvoorters te horen dat in Wageningen Duitse officieren waren aangekomen met een witte vlag, om te onderhandelen. Er vlogen nog steeds vliegtuigen over Nederland om voedsel te droppen. Ook waren er al veel Zandvoorters teruggekomen. ’s Avonds kreeg men officieel te horen dat de Duitsers zich hadden over gegeven.

Na de bezetting

Na de oorlog zat men met de talloze Duitse verdedigingswerken opgescheept. Het duingebied had ernstig geleden door de bouwactiviteiten en op vele plaatsen lagen nog mijnenvelden., het strand was dus nog te gevaarlijk om te betreden. Het puinruimen begon. De mijnenvelden werden geveegd, loopgraven volgestort, bunkers onder het zand bedolven op opgeblazen. Niet alle bunkers werden gesloopt. Het Ministerie van Defensie gebruikte echter nog enkele objecten voor militaire doeleinden. Op 500 meter ten noorden van de duinwaterwinplaats werd aan de rand van Zandvoort in het Kostverlorenpark een bunkerveld in gebruik genomen. In totaal 37 bunkertjes werden omgetoverd tot zomerverblijven

Zandvoort is enorm veranderd door de Tweede Wereldoorlog, toen de Duitsers een groot deel van het oude Zandvoort met de hotels langs de kust en de passage sloopten, in verband met de kustverdediging. Na de oorlog vond haastige herbouw plaats waarbij niet al te zeer op de schoonheid en het aanzien werd gelet. Een klein stukje oud Zandvoort is nog bewaard gebleven. Kleine vissershuisjes die nog staan rond het Zandvoorts museum.

Stichting monument is een stichting die scholen monumenten uit de oorlog laat adopteren. Deze stichting wil kinderen betrekken bij de oorlog. In Zandvoort zijn 4 scholen die een monument hebben geadopteerd namelijk: de Hannieschaftschool (monument in het kraansvlak), Duinroos (vliegersmonument in de Waterleidingsduinen), Nicolaasschool (monument in de lineusstraat) en de oranje nasauschool heeft ook een monument in het kraamvlak. In heel Nederland zijn 430 scholen betrokken bij deze stichting.

In Zandvoort was in de oorlog een tekort aan gas ontstaan, daardoor konden mensen niet meer gecremeerd worden. Een Amsterdamse begrafenisondernemer wist wel een plek om de mensen te begraven en wees plaatsen in de duinen aan. De mensen zijn in de duinen doodgeschoten, en daar begraven in massa graven. De begrafenisondernemer wist nog precies waar de mensen lagen en wie het waren doordat hij een boek had bijgehouden. Later toen men aan deze begrafenis ondernemer vroeg waar de lichamen lagen konden de lichamen overgeplaatst worden naar de erebegraafplaats. In totaal zijn er ongeveer 422 mensen in deze duinen gedood op 45 locaties. Er is maar een vrouw hier gedood namelijk Hannie Schaft. Op de Erebegraafplaats liggen 374 slachtoffers begraven, zoveel mogelijk in dezelfde groepen als waarin zij de dood vonden. Van twee van hen kon de identiteit niet met zekerheid worden vastgesteld.

Op deze plattegrond staat geschreven op welke plekken er in de Kennemerduinen mensen zijn gefusilleerd. Zie de kruisjes.

Hannie Schaft was een joodse verzetsheldin in Zandvoort en omstreken. Ze groeide op in Haarlem. Ze ging collecteren voor het rode kruis, en stal persoonsbewijzen. Ze verspreide illegale kranten en zorgde voor het onderbrengen van joodse gezinnen. ze leerde met wapens schieten en omgaan en leerde veel mensen kennen. Ze ging haar, haar kort knippen en zwart verven en een bril dragen om niet herkent te worden. Op 21 maart 1945 was Jannetje Johanna Schaft op pad met 2 pakken illegale kranten. Ze werd opgepakt en op het bureau dacht een Duitse officier dat zij het meisje met het rode haarwas. Bij het verhoor spoelden ze haar, haar af en kwam haar rode haar te voorschijn. Later werd zij ook in de duinen dood geschoten.

Het Ministerie van Defensie gebruikte echter nog enkele objecten voor militaire doeleinden. Op 500 meter ten noorden van de duinwaterwinplaats werd aan de rand van Zandvoort in het Kostverlorenpark een bunkerveld in gebruik genomen. In totaal 37 bunkertjes werden omgetoverd tot zomerverblijven. Deze zijn er nu nog steeds.

Interview met dhr Loogman

U bent er altijd bij als de scholen monumenten bekijken. Toen wij met onze basisschool naar monument gingen, die de Hannieschaftschool heeft geadopteerd, was u degene die er wat over vertelde. Waarom was dit voor de basisscholen georganiseerd?
Stichting adopteer een monument wil de kinderen van basisscholen meer betrekken bij de oorlog. Nu hebben in Zandvoort 4 scholen een monument geadopteerd waaronder: de Hannie Schaftschool, OranjeNassauschool, Duinroos en de Nicolaasschool. In heel Nederland zijn 430 monumenten geadopteerd.

Waar bevinden zich grotendeels deze monumenten?
Op het kraamvlak en aan de kant van de zeeweg waar ook de erebegraafplaats ligt.

Hoeveel mensen zijn er hier gedood.
Op het kraamvlak alleen al 100.

Waarom is het belangrijk dat dit alles aan de schooljeugd wordt verteld?
De kinderen te laten weten wat vrijheid betekent.

Hoe is de evacuatie in Zandvoort verlopen?
De meeste NSB´ers van heel Nederland woonden in Zandvoort. Zandvoort was arm maar had wel veel hotels voor Duitse gasten. De meeste Zandvoorters waren pro-Duits omdat ze veel in Hotels werkten. Een groot gedeelte van Zandvoort was geëvacueerd. Zandvoort vormde met meer plaatsen het“sperrgebiet’’

Waar doken de Zandvoorters onder?
Er waren in Zandvoort weinig onderduikers doordat er veel Duitsers waren. Zandvoort was een rustplaats voor de Duitsers als je wilde onderduiken was Zandvoort niet veilig genoeg en trok je ergens anders heen.

Hoe werd Zandvoort bevrijd?
Zandvoort werd gelijk met Haarlem bevrijd. Er woonde weinig mensen in Zandvoor tijdens de oorlog dus kon Zandvoort gemakkelijk tegelijkertijd met Haarlem worden bevrijd.

Hoe zat het in die tijd met het voedsel?
Er was weinig voedsel. Omdat in Zandvoort niet zo veel mensen woonden was er wel genoeg voor iedereen. Het hoofdvoedsel in die tijd waren aardappelen en vlees.

Zandvoort tot badplaats.

Doordat veel mannen niet terug kwamen van zee ontstond er een angst voor de zee. De angst voor de zee verdween in de loop van de 18de eeuw.
In de 19de eeuw kwam daar de toenemende aandacht voor het lichaam bij. In de eeuwen daarvoor was vooral de nadruk gelegd op het welzijn van de geest. In de 19de eeuw kwam men terug op de Griekse opvattingen over een “gezonde geest in een gezond lichaam”. Men begon aandacht aan juiste voeding, lichaamsbeweging en sport te schenken. Baden in de zee werd een genezing genoemd.
Daarin pasten de baden kuuroorden en in de zee. Toen deze gedachten in de 19e eeuw toenamen betekende dat een einde aan het isolement en zou Zandvoort niet meer afgesloten zijn van de rest van Nederland.

Oorspronkelijk was Zandvoort een vissersdorp van niet meer dan 700 inwoners aan het begin van de 19e eeuw. Vanaf dat moment steeg dit aantal in samenhang met de ontwikkeling naar een badplaats echter gestaag. De visserij speelt in het hedendaagse Zandvoort geen rol meer

Er kwamen badhuizen waardoor er meer inkomsten kwamen in Zandvoort. Het idee van de bouw van de badhuizen kwam uit Engeland. In 1870 kwamen op het strand 4 inrichtingen van het Amstel hotel in Amsterdam. Dr. Mezger bracht de badhuizen op Zandvoort. Hij bracht o.a ook keizerin Sisi van Oostenrijk naar Zandvoort. Dr. Mezger stuurde rijke mensen naar de badhuizen voor een kuur.
Men kwam vooral omdat in de 18e eeuw bleek dat zeelucht zuurstofrijk was, en het drinken van een glas zeewater zou goed zijn tegen astma, tering en doofheid. In de badhuizen werd niet gesproken van een badgast maar van een patiënt.

Tussen de bomschuiten kwamen nu ook badkoetsjes, mensen lieten zich in de zee rijden, en waagden zich in de golven. De vrouwen gingen er alleen in maar de mannen zwommen ook rond. Vrouwen mochten alleen in lange badpakken want men mocht niet te veel bloot zien.

In 1887 begon de eerste elektrische tram van Nederland te rijden. Die al gauw weer stopte, later werd er een tramverbinding tussen Zandvoort en Haarlem gemaakt, die later werd doorgetrokken naar Amsterdam. Mede door deze tramlijn mocht Zandvoort steeds meer bezoekers ontvangen.

Het strand was vooral in trek bij de welgestelde Amsterdammers. Zij kwamen met de tram vanaf 1898. Zij gingen met de blauwe tram die vanaf de spuistraat in Amsterdam naar het tramstation in de haltestraat ging (Zandvorm).
Naast de vissershuisjes kamen er luxe hotels. Er kwam een weg en een spoorlijn, en een station in Zandvoort, om de badgasten te laten reizen. Vanaf het station liep men over een passage naar het strand (deze bestaat nog steeds). Omstreeks 1880 was er al een rechtstreekse verbinding van Bazel naar Zandvoort. Rond 1881 kwam

Zandvoort was tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog een echte familiebadplaats. Hele families brachten er een dagje, hun vakantie of zelfs de hele zomer door. Een verblijf van vier maanden was daarbij geen uitzondering. Veel gasten hadden dan ook hun eigen huis. Na ongeveer 1920 begonnen ook steeds meer mensen gedurende de wintermaanden te blijven. Ook bij buitenlandse koninklijke families was Zandvoort in het verleden een populaire bestemming. de eerste strandtent in 1900

De Tweede Wereldoorlog veroorzaakte een plotselinge verandering: op 23 mei 1942 werd de toegang tot het strand verboden en een paar maanden later werd het dorp geëvacueerd. Alleen een kleine groep mensen werd toegestaan om in een beperkt deel van het dorp te blijven wonen. In de periode die volgde werden alle badhuizen, hotels, pensions, boulevards en een groot aantal huizen met de grond gelijk gemaakt. Uit de huizen die van de bezetter mochten blijven staan werden alle sanitaire voorzieningen, elektrische bedrading en dergelijke verwijderd.

Nadat de Tweede Wereldoorlog in 1945 werd beëindigd hervond Zandvoort snel weer haar rol als belangrijkste badplaats voor families uit de hoofdstad Amsterdam. De spoorwegverbinding met het station bijna op het strand was een belangrijke factor in de snelle herontwikkeling van de stad. De stad werd opnieuw opgebouwd, me als doel een toeristische badplaats te worden.

Zandvoort heden

Gemeente
Zandvoort is een bijzondere kustgemeente waar wonen en recreëren verstandig gecombineerd moeten worden. De gemeente, met ongeveer 17.000 inwoners, ontvangt jaarlijks miljoenen gasten. Niet alleen in de zomermaanden stromen de recreanten toe om te genieten van de zee, het strand, de duinen en het dorp. De laatste jaren groeit het aantal toeristen die in het voor- en het najaar naar Zandvoort komen.

Zandvoort is een echte badplaats. Jaarlijks bezoeken meer dan 3 miljoen mensen de badplaats. Hun bestedingen bedragen ongeveer 140 miljoen euro op jaarbasis. Het belang van de kustgemeente voor de regio en de provincie is duidelijk. Aan het verder ontwikkelen van de toeristisch-economische functie geeft de gemeente hoge prioriteit.

Inwoners en gasten willen natuurlijk beide van de badplaats en de omgeving kunnen genieten. De gemeente werkt klantgericht en inwonergericht. De werkwijze is gericht op het betrekken van de inwoners en ondernemers bij de maatschappelijke en bestuurlijke processen. Wie in Zandvoort woont of werkt, wordt, daar waar dat zin heeft, uitgenodigd om mee te denken en te praten.

In de gemeentelijke organisatie werken ongeveer 170 ambtenaren. Opmerkelijk genoeg maakt de Brandweer deel uit van de gemeenteorganisatie. De afgelopen jaren is het ambtenarenapparaat verjongd. Het aantal vrouwen dat in dienst is getreden is gestegen. Het ambtenarencorps werkt servicegericht en met oog voor maatschappelijke verhoudingen.
De gemeente probeert de inwoners te betrekken bij alle activiteiten

Circuit
In de jaren dertig ontstonden er serieuze plannen voor een autoracecircuit in Nederland. In die jaren waren er al twee circuits voor motorrijders. Hoewel de oorlog al snel uitbrak, bracht het grote succes van die races de Zandvoortse burgemeester van Alphen er toe om plannen te ontwikkelen voor een circuit even ten noorden van de badplaats.
De laatste race meetellende voor het WK op Zandvoort werd vooralsnog in 1985 verreden. In 1972 wenste de gemeente Zandvoort als exploitant niet langer de nodige gelden beschikbaar te stellen voor modernisering en beveiliging van het circuit. Op 7 februari 1973 werd een 15-jarig huurcontract afgesloten tussen gemeente en Cenav. Rondom de gehele racebaan werden vangrails gemonteerd, achter in het circuit werd een snelheidsremmend traject aangelegd, er werden nog meet dingen verbouwd zoals een Vip-ruimte. De totale kosten waren ruim 3 miljoen gulden
Eind 1985 diende zich echter een nieuwe problematiek aan. Pal naast het circuit werd een bungalowdorp gebouwd. De circuitdirectie bracht een oplossing naar voren en presenteerde op 27 maart 1986 het Ei van Columbus: een inschuiving van de baan waardoor het dichtst bij de woonbebouwing gelegen baangedeelte daar zo’n 400 meter van verwijderd zou zijn.
In 1992 sloot de circuitexploitant een 20-jarig erfpachtcontract met de gemeente Zandvoort, waardoor er in iedere geval tot het jaar 2013 races zullen worden verreden in Zandvoort.

Zandvoort 700 jaar
De Gemeente Zandvoort bestaat in 2004, 700 jaar. Het is de bedoeling het jubileum als jaarfeest samen met de bewoners te vieren met als motto “Voor Zandvoorters, door Zandvoorters”. Daarnaast zal de gelegenheid worden benut om Zandvoort als badplaats nationaal en internationaal onder de aandacht te brengen en daardoor de positie te verstevigen. Dit zal gebeuren door het organiseren van activiteiten en evenementen met de thema’s: historie, cultuur, sport en amusement.
Zandvoort is dit jaar genomineerd voor het schoonste strand. Deze nominatie heet de gouden wimpel. Zandvoort is vijfde geworden van de Nederlandse Noordzeekust.

Horeca en cultuur
Voor toeristen die naar Zandvoort toe gaan zijn er verschillende activiteiten. De meeste toeristen verblijven in hotels of het bungalowcomplex, Center Parks. Er zijn ook verschillende winkels in Zandvoort waar je leuk kan winkelen. Zandvoort staat natuurlijk bekent om het strand en daar komen de meeste toeristen ook voor, ook kan men mooie duinwandelingen maken. Omdat Zandvoort behalve een woonplaats ook een toeristendorp is bestaat ook een uitgaansmogelijkheid. Zo zijn er verschillende restaurants, cafés en discotheken. Ook heeft Zandvoort een ‘Holland Casino’ gelegen aan de boulevard. Ook is er een bioscoop in het ‘Circus Theater’ waar bovendien ook veel speelautomaten zijn.

Er worden vaak evenementen gehouden zoals festivals op straat. Er spelen dan verschillende bandjes maar ook dj’s zoals laatst met ‘Dancevoort’.
Qua cultuur zijn er 2 musea, het Zandvoorts museum en het Jutters museum waar je alles wat op het strand aanspoelt kan bezichtigen. Er zijn ook verschillende kunstateliers. Ook zijn er oorlogsmonumenten die men kan bezoeken, deze liggen vaak in de duinen.

Criminaliteit
In Zandvoort zijn de laatste jaren veel klachten over de buitenlandse jongeren in Zandvoort. Het gaat met name om de Marokkaanse jeugd. Meisjes worden op het strand aangerand en bedreigd. Te weinig aandacht, dat is het probleem van de Marokkaanse jongeren die zich agressief en crimineel gedragen
Er gaat geen dag voorbij of de media berichten over crimineel gedrag van jongeren. Vooral de Marokkaanse jeugd doet van zich spreken.

Er was een ondernemer van strandtent Far-Out die zichzelf verdedigde met een neppistool. Hij is gearresteerd wegens bedreiging van Marokkanen met een nepvuurwapen en bleef tien dagen vastzitten. De rechtbank Haarlem verlengde zijn straf later, tot woede van Zandvoortse strandpaviljoenhouders.
Doordat er steeds meer criminaliteit en drugs zijn in Zandvoort heeft de politie nu het recht om op straat en bij het station te fouilleren.

burgemeester M.R. van der Heijden

Burgemeester M.R. van der Heijden van Zandvoort heeft een totaalverbod ingesteld voor hardcore dansmuziek, nadat hijzelf had geluisterd naar dergelijke muziek op een festival. De burgemeester zou geschrokken zijn van de agressieve reactie van de jongeren op de muziek. Hij ging naar de organisatie en verscheurde de vergunning voor deze muziek gelegenheid in het dorp. De voornaamste reden was het slechte gedrag van de jongeren en het vele drugs gebruik.
Doordat er in Zandvoort veel drugs werd gebruikt heeft de politie en de gemeente maatregelen genomen. Er zijn 4 horeca gelegenheden gesloten, omdat de politie daar harddrugs heeft gevonden. Deze waren: ´t Gulden Sand, de Nachtwacht, de Buddy´s en de Snookerbar.